Hoe maak je een menusamenstelling?
Het voorgerecht, hoofdgerecht en het nagerecht hebben alle drie een functie:
- Het voorgerecht is om de eetlust op te wekken;
- Het hoofdgerecht is om de honger te stillen;
- Het nagerecht is om de spijsvertering in werking te stellen.
Er zijn een aantal spelregels nodig om een menu samen te stellen, zoals:
- Het menu moet één geheel zijn en een maaltijd vormen (voorgerecht-hoofdgerecht-nagerecht);
- Alle gerechten dienen in de juiste volgorde te worden geserveerd;
- Rekening houden met de bereidingswijze (geen herhaling);
- Rekening houden met kleur (geen herhaling);
- Rekening houden met smaak en grondstoffen (geen herhaling);
- Het geheel dient harmonisch te zijn (moet aansluiten op elkaar, dus
licht-zwaar-licht);
- Gebruik zoveel mogelijk verse producten;
- Hou rekening met jaargetijde/seizoen;
- Hou rekening met de kwaliteit-prijsverhouding.
Het schema voor een menu van 12 gangen:
- Koud voorgerecht
- Soep
- Warm voorgerecht
- Visgerecht
- Vleesgerecht
- Gevogeltegerecht
- Wildschotel
- Kaas
- Warm nagerecht
- Koud nagerecht
- IJsgerecht
- Fruit
De toelichting hierop is als volgt:
Voorgerechten:
- We beginnen altijd met een koud voorgerecht;
- Soep is altijd het eerste warme voorgerecht;
- Dan komt het warme voorgerecht, bijvoorbeeld een pasteitje.
Hoofdgerechten:
- Vis is het eerste hoofdgerecht omdat het het lichts verteerbaar is;
- Op de tweede plaats komt het vlees;
- Dan volgt het gevogelte;
- Tot slot van de hoofdgerechten komt het wild.
Nagerechten:
- Als eerste nagerecht komt de kaas of een warm nagerecht;
- Dan komt het koude nagerecht;
- Hierop volgen de gevroren nagerechten, zoals ijs;
- Tot slot komt het fruit en eventueel koffie en bonbons.
Wijn en spijs - de richtlijnen
Wijn en spijs moeten elkaar aantrekken.
- Witte wijn schenken we voor rode wijn (behalve als het een zoete witte
wijn is);
- Droge wijn voor zoete wijn;
- Jonge wijn voor oude wijn;
- Rode bordeaux voor rode bourgogne;
- Moezelwijn voor rijnwijn.
Koude voorgerechten:
- Hierbij schenken we een droge, lichte witte wijn, bijvoorbeeld rijnwijn of
moezel.
Soep:
- In het algemeen géén wijn bij de soep;
- Behalve bij:
Ossenstaartsoep - madeira
Schildpadsoep - sherry
Kreeftensoep - cognac
Warme voorgerechten:
- Zie koude voorgerechten. Mag ook een lichte rode wijn zijn.
Hoofdgerechten:
- Vis, droge witte moezel, rijn, bordeaux, elzas of bourgogne wijn;
- Vlees, rode bordeaux of bourgogne wijn;
- Wild, een sterk oudere rode bordeaux of bourgogne wijn;
Nagerechten:
- Kaas, schenken we er rode wijn van het hoofdgerecht of rode port bij ;
- Andere nagerechten, een zoete witte wijn.
