De olijf kan zeer oud worden (tot ca. 1500 jaar). Hij vraagt een subtropisch klimaat, met temperaturen tussen 0 en 40 °C, liefst tussen 10 en 20 °C, goed doorlatende, vrij lichte, alkalische gronden, een jaartotaal van 50-200 mm neerslag, vochtige winters en hete droge zomers. In droge gebieden is watertoevoeging noodzakelijk. Vermeerdering geschiedt door enten en stekken van geselecteerd materiaal. Men kent tal van variëteiten. De aanplant vraagt snoei, grondbewerking, bemesting en bestrijding van lokaal soms ernstige ziekten en plagen (bijvoorbeeld de olijfvlieg Dacus oleae). De door windbestuiving gezette vruchten zijn na 4-6 maanden rijp en worden meestal met de hand geplukt.
De (steen)vrucht bevat dan 30-50% olie in het vruchtvlees en tot 5% in de pit. Groene olijven, bestemd voor consumptie als garnituur bij vlees en andere gerechten of bij aperitieven, worden onrijp geplukt, met alkalische oplossingen behandeld, ontloogd en daarna in een zoutoplossing geconserveerd. Verreweg de meeste olijfvariëteiten leveren vruchten die bij rijping van groen naar zwart verkleuren. Zwarte tafelolijven worden rijp geplukt en in pekel bewaard. De houdbaarheid van tafelolijven in pekel is ca. 6 maanden.
Het geslacht Olea (Lat., = olijfboom) telt ca. twintig soorten, voorkomend in het Middellandse-Zeegebied, Afrika, Azië, Australië tot in Nieuw-Caledonië.
Een klein recept voor lekkere olijven die altijd smaken en dus niet beperkt hoeven te blijven tot ouderjaarsavond.
Benodigdheden:
Bereiding:
Doe de olijven samen met de in stukjes gesneden knoflook en de Provençaalse
kruiden in een potje en laat dit alles ongeveer twee dagen marineren.
Na deze tijd het sap scheiden van de olijven vóór opdiening.
Hierna smaken de olijven heerlijk bij bijvoorbeeld een lekker glas wijn (rode of
witte) of bij een aperitief (droge of medium sherry, dan wel port).
Een andere combinatie is om de olijven dan op te dienen met blokjes feta
(geitenkaas).
© , juni 2000