Van oorsprong is Frankrijk het wijnland bij uitstek; alom bekend zijn de
Bordeaux, de Beaujolais, de Bourgogne en de Rhône.
Veel wijnstokken zijn vanuit Frankrijk vermeerderd naar andere landen, zoals in
Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Australië.
Goede wijnen komen voornamelijk uit Frankrijk; al hoewel dit de laatste jaren
niet meer de mening van een ieder is.
| Rode wijn | |
| paars | jonge wijn, nog niet op dronk |
| robijnrood | iets minder jonge wijn |
| rood | oudere wijn |
| roodbruin | rijpe wijn; kan ook duiden op oxidatie |
| mahonie | zeer oude wijn |
| Witte wijn | |
| bleekgeel/groen | er zitten resten bladgroen (chlorofyl) in; voornamelijk voorkomend in wijnen uit koudere landen |
| strogeel | mooie kleur, meestal voor droge wijnen |
| geelgoud | meestal de kleur van wat zoetere wijnen |
| goud | heel zoete wijnen |
| geel/bruin | aangezoete wijnen |
| Rosé wijn | |
| rosé | helder en mooi |
| oranje | wijnen uit de Provence |
Belangrijke elementen, die de wijnbereiding belangrijk maken; enkele worden genoemd:
De wijnboer verkoopt zijn druiven meestal aan een coöperatie, waar de
druiven in de perskuipen komen.
Bij witte druiven laat men alleen het sap gisten, niet de schillen.
Bij blauwe druiven laat men de schillen mee gisten om de rode kleur te
verkrijgen (de kleur zit in de schil, niet in het sap).
Er wordt dus ook witte wijn gemaakt van blauwe druiven (zonder schil).
Tijdens het gisten wordt de suiker (hoe meer zon, des te meer suiker) omgezet in
alcohol.
Het rijpen van de wijn geschiedt in kelders, al naar gelang de soort wijn.
Het etiket vertelt van alles over de wijn.
© , oktober 1999