| 2 tl olijfolie 90 gram dun gesneden bosuitjes 1 teen geperste knoflook ¼ tl geraspte verse gember 110 gram bloem ½ tl zout 3/4 tl fijn gesneden verse koriander 125 ml kokend water olie om in te frituren Voor de dipsaus: 4 sneetjes witbrood zonder korst 80 ml melk 200 gram gerookte kabeljauw 1 eierdooier 1 knoflookteentje, geperst 160 ml olie 2 el citroensap 1 el fijn gesneden verse peterselie. |
![]() |
Verhit de olie in een koekenpan en bak de
bosuitjes, knoflook en gember 2-3 minuten totdat ze zacht zijn.
Doe de bloem en zout in een kom.
Roer het uimengsel en de koriander erdoor.
Roer geleidelijk 125 ml kokend water erbij en stop als het luchtig deeg wordt.
Kneed het deeg met je handen (met wat bloem bestoven) 1-2 minuten of totdat het
glad is.
Bedek het met plastic folie en laat het 30 minuten staan.
Rol dan balletjes deeg ter grootte van een walnoot uit tot ovalen.
Vul een grote pan met zo’n 2 cm olie en verhit matig.
Bak 2 a 3 broodjes tegelijk zo’n 25-30 seconde per kant of totdat ze knapperig
en goudbruin zijn.
Laat ze uitlekken op keukenpapier en serveer ze warm.
Bereiding van de dipsaus.
Laat het brood 5 minuten in de melk weken.
Knijp de overtollige melk eruit en doe het in de keukenmachine.
Voeg de kabeljauw toe en maal tot alles glad is.
Voeg bij langzaam draaiende motor geleidelijk de olie toe en stop als de dipsaus
dik en vormvast is.
Doe het citroensap en de peterselie erbij.
Breng op smaak en doe er eventueel nog wat citroensap bij.