| 40 gram
boter 25 cc citroensap 160 gr visfilet 4 st Sint-Jakobsmosselen 20 gr bloem 0,25 l melk 60 gr geraspte Parmazaanse kaas Dille 200 gr filodeeg 40 gr garnalen sesamzaad |
Verwarm de boter in een pan en
roer er het citroensap doorheen.
Snij de vis in kleine reepjes.
Bak deze vis in de citroenboter goudbruin.
Doe dit ook met de Sint-Jakobsmosselen.
Haal de vis uit de koekenpan en voeg de bloem voorzichtig toe tot een er kleine
bal ontstaat.
Voeg de koude melk toe tot een mooie gladde stevige saus ontstaat.
Voeg dan de geraspte kaas toe en de gehakte kruiden.
Laat de saus afkoelen en roer er voorzichtig de gebakken vis doorheen.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Beleg een ovenschaal met bakpapier.
Leg de vellen filodeeg op een bebloemde tafel.
Snij uit de filodeeg mooie vierkantjes van 12 bij 12 cm.
Schep de koude ragout in het midden van het filovierkant.
Verdeel de garnaaltjes over de ragout.
Vouw het filodeeg tot envelopjes.
Besmeer de envelopjes licht met gesmolten boter.
Bestrooi deze met sesamzaadjes.
Bak deze af in de oven tot goudbruin in ongeveer 20 minuten.