| 4 kleine
struikjes fijne witlof 2 el olijfolie 4 plakjes bladerdeeg, ontdooid 2 camembert à 250 gr 4 el orange whisky marmelade 2 tl gedroogde dragon |
![]() |
Verwijder de lelijke bladeren en
een dun plakje van de onderkant van de witlof.
Halveer de witlof in de lengte.
Verhit de olie en bak de witlof op het snijvlak in 3-4 minuten goudbruin aan.
Draai de witlof en voeg 100 ml water toe en stoof de groente in ca. 8 minuten op
laag vuur met de deksel op de pan beetgaar; keer de witlof halverwege.
Halveer de plakjes bladerdeeg, leg ze op de bakplaat en prik de bodems met een
vork regelmatig in.
Snijd de camemberts in 16 dunne plakken.
Beleg elk deegplakje met 2 repen camembert; laat de kaas niet uitsteken.
Neem de witlof uit de pan, roer de marmelade en de dragon door het stoofvocht en
leg de witlof terug in de pan.
Wentel de witlof door het stoofvocht en laat zonder deksel op matig vuur inkoken
totdat het vocht rondom de witlof kleeft.
Breng de witlof op smaak met peper en zout en leg op elk taartje een witlofhelft
met het snijvlak naar boven,
Bestrijk met een kwastje de randen en de camembert dun met de rest van
marmeladevocht uit de pan.
Bak de witloftaartjes in een voorverwarmde oven van 200 graden in ca. 20 minuten
goudbruin en gaar.
De camembert zal tijdens het bakken iets uitlopen, snijd de taartjes desgewenst
bij en serveer ze warm.