Gebakken lamshaasjes met een rozemarijnsaus

27 gevliesde lamshaasjes
40 knoflookteken
5 eetlepels olie
boter

2 tomaten
2 uien
1 prei
1 wortel
1 teentje knoflook
1 selderijknol
50 gram boter
1 takje tijm
1 bosjes basilicum
1 laurierblad
2 takjes rozemarijn
2,5 eetlepels bloem
1 fles rode wijn

Pel de knoflooktenen.
Breng de gepelde knoflookteken zes keer aan de kook in een pan met water, steeds in schoon water.
Laat ze goed uitlekken.
Verhit de olie in een koekenpan (sauteuse) en bak de tenen rondom.
Verwarm de oven voor op 180 graden voor de borden.
Kijk of de lamshaasjes ook schoon zijn en gebruik de afsnijdsels dan voor de saus.
Dompel de tomaten voor de rozemarijnsaus even in kokend water (pliceren), ongeveer 10 tellen en dan in koud water schrikken.
Snijd ui, wortel, prei, knoflook, knolselderij en het tomatenvruchtvlees in blokjes.
Smelt de boter en laat de groenten en de vleesafsnijdsels al omscheppend kleuren.
Voeg dan de tijm, basilicum, laurier en 1 takje rozemarijn toe.
Roer de bloem door de groenten en blus met de rode wijn.
Voeg zout en peper toe en laat de saus tot sausdikte inkoken.
Zeef de saus en breng haar op smaak met zout en peper en roer de fijngehakte blaadjes van het tweede takje rozemarijn erdoor.
Vlak voor het doorgeven van het hoofdgerecht de lamshaasjes bakken (niet te lang, want ze mogen best roze blijven).
Serveer de lamshaasjes met de rozemarijnsaus en de tenen knoflook.