| 12 plakjes bladerdeeg 1 liter melk 2 vanillestokjes 4 eieren 350 gram suiker 4 eetlepels custardpoeder scheut melk 2 zakjes geschaafde amandelen 6 sinaasappels mespuntje zout poedersuiker gedroogde peulvruchten |
![]() |
Verwarm de oven voor op 220 graden.
Leg de ontdooide plakjes bladerdeeg op elkaar en rol ze op een met bloem
bestrooid werkvlak uit tot een ronde lap waarmee de taartvorm wordt bekleed.
Prik de deegbodem met een vork op regelmatige afstanden in.
Bekleed de deegbodem met een velletje bakpapier en bestrooi met gedroogde
peulvruchten om te voorkomen dat het deeg tijdens het bakken gaat rijzen.
Zet de vorm 15 minuten in de voorverwarmde oven.
Neem de vorm uit de oven en verwijder het papier en de peulvruchten.
Schakel de oventemperatuur terug naar 180 graden.
Maak ondertussen de vulling door de melk in een pan te doen.
Splijt de vanillestokjes in de lengte en schraap er met de botte kant van een
mes het merg uit.
Doe dit met het stokje in de melk en laat op laag vuur circa 10 minuten trekken.
Haal het stokje uit de melk.
Splits de eieren in dooiers en witten.
Roer de eierdooiers met 150 gram van de suiker, het custardpoeder en een
scheutje melk door elkaar.
Roer het custardmengsel door de vanillemelk en breng al roerend aan de kook.
Laat kort koken tot het een dikke vla is.
Roer er de verkruimelde amandelsnippers door.
Schep de vla in de vorm en zet de taart nog circa 20 minuten terug in de oven
tot de vulling gestold is.
Schil de sinaasappelen tot op het vruchtvlees en snijd de partjes tussen de
vliesjes los.
Verdeel de sinaasappelen over de taart.
Klop de eiwitten stijf met een mespunt zout en klop er lepel voor lepel de
resterende 200 gram suiker door.
Verhit de ovengrill voor.
Schep het stijf geslagen eiwit in een spuitzak met een grof gekarteld
spuitmondje en spuit het spiraalvormig vanaf de rand naar het midden over de
taart.
Bestrooi de taart met de poedersuiker en zet 2 tot 3 minuten niet te dicht onder
de voorverwarmde grill tot het eiwit begint te kleuren.