| 225 gram
bloem 100 gram zachte boter 1 ei (gesplitst) 500 gram pruimen (ontpit en in vieren gesneden) 1 bakje frambozen (150 gram) 1 bakje bramen (150 gram) 50 gram suiker 1 eetlepel custardpoeder 8 rietsuikerklontjes 250 cl slagroom |
![]() |
In mengkom bloem en boter tot
kruimelig deeg kneden.
Een voor een enkele theelepel water toevoegen tot een samenhangend deeg
ontstaat. Deeg in plasticfolie verpakt 30 minuten in koelkast laten rusten.
Slagroom kloppen voor garnering
Oven voorverwarmen op 200 graden.
Op met bloem bestoven werkblad deeg rommelig uitrollen met een doorsnede van 40
cm. Deeglap op vel bakpapier op bakplaat leggen.
Eierdooier loskloppen en deeg ermee bestrijken tot 5 cm van deegrand.
In kom pruimen, frambozen, bramen, suiker en custardpoeder voorzichtig door
elkaar scheppen. Deeglap met fruit beleggen tot 7 cm van de deegrand. Deegrand
losjes over het fruit vouwen.
Eiwit loskloppen en deegrand ermee bestrijken. Rietsuiker grof hakken en over
deegrand strooien. Bakplaat in het midden van de oven schuiven en de taart
(vlaai) in 30 tot 35 minuten gaar bakken.
Warm serveren met een lekkere toef slagroom