| 250 gram champignons 25 dl kippenbouillon (5 blokjes) 2,5 dl droge witte wijn 75 gram boter 2,5 eetlepel zeer fijn gesnipperde ui 2,5 theelepel kerriepoeder enkele snufjes cayennepeper 75 gram bloem 3 kleine eierdooiers 1,5 dl room |
![]() |
Snijd de champignons in plakjes en kook deze 3 minuten in de kippenbouillon met
de witte wijn.
Schep de champignons uit de pan en houd ze apart.
Smelt de boter in een pan (een pan, die zo groot is dat de bouillon er later nog
bij kan) op een laag vuur en fruit hierin de fijngehakte ui samen met de kerrie
en de cayennepeper.
Voeg al roerende de bloem langzaam toe en blijf roeren tot er een glad mengsel
ontstaat; laat dit in 3 minuten gaar, maar niet bruin worden (roux).
Giet er langzaam, al roerende, de bouillon bij en breng de soep aan de kook.
Laat deze, op een laag vuur, onder af en toe roeren, in 20 minuten gaar worden.
Laat de champignonplakjes de laatste 3 minuten meewarmen.
Klop vlak voor het serverende eierdooiers los met de room (liaison).
Roer er een paar eetlepels soep door en giet dit dan al roerende bij de soep.
Maak de soep op smaak af met versgemalen peper en zout.