| 2 tl Engelse
mosterdpoeder 4 el slagroom 160 gr Zwitserse Gruyère kaas, geraspt 150 gr boter 1 kg garnalen 1/2 dl cognac saus: 40 gr boter 40 gr bloem 5 dl melk |
![]() |
Smelt voor de saus de boter in
een pan met een dikke bodem op laag vuur.
Voeg al roerende de bloem toe.
Blijf roeren tot een glad mengsel ontstaat.
Laat dit al roerende in ca. 3 minuten gaar, maar vooral niet bruin worden.
Giet bij het bloemmengsel langzaam, al roerende, de koude melk tot een gladde
saus.
Breng de saus aan de kook en laat onder af en toe roeren nog 10 minuten zachtjes
doorkoken tot ze gebonden en gaar is.
Roer de mosterdpoeder los met de slagroom en meng er de helft van de kaas door.
Roer dit door de hete saus.
Neem de pan van het vuur zodra de kaas gesmolten is.
Klop er dan beetje voor beetje 2/3 van de boter door.
Pel de garnalen.
Smelt de rest van de boter en bak hierin de garnalen in ca. 3 minuten
lichtbruin.
Giet ondertussen de cognac in een soepopscheplepel of in een steelpan.
Verwarm deze boven het vuur.
Steek de warme cognac van het vuur af en niet onder de afzuigkap aan.
Giet de brandende cognac over de garnalen.
Roer er na 1 minuut de hete saus door.
Breng deze garnalenragout op smaak met peper en zout.
Verdeel de ragout over 8 ingevette vormpjes en strooi en de rest van de kaas
over.
Gratineer de vormpjes onder de hete grill of in een voorverwarmde oven van 225
graden goudgeel.