Keukengerei:
vergiet, zeef (met daarin een in water uitgespoeld flanellen lapje),
schuimspaan.
Was de mosselen zeer goed onder stromend water, verwijder alle openstaande,
beschadigde en zwaar aanvoelende exemplaren.
Doe in een wijde pan de uien, de wortel en de selderie.
Voeg daaraan de knoflook, de azijn en de peperkorrels toe en vul de pan voor 1½
cm met kokend water.
Voeg per liter water 1 eetlepel zout toe.
Laat de inhoud van de pan hard koken.
Doe de gewassen mosselen in de pan en leg
daar direct het deksel op.
Temper de warmtebron niet, maar laat het water zo snel mogelijk weer aan de kook
komen.
Schud de pan, zodat alle mosselen tegelijk gaar worden en schep ze, zodra de
schelpen openstaan, uit de pan in een vergiet dat op een kom is geplaatst.
Dek het vergiet met een deksel af en houd de mosselen warm.
Zet de zeef op een steelpan en schenk daar het kooknat door de zeef in.
Schenk daarbij de wijn en doe er de peterselie en olie bij.
Voeg wat aroma naar smaak toe en verwarm de vloeistof, maar laat die niet koken.
Breng de mosselen over in een voorverwarmde schaal, schenk de gekruide vloeistof
over de mosselen en serveer die direct.
Meng alles door elkaar tot een lekkere kruidenboter.