Parelhoen op een bedje van witlof

8 parelhoenfilets à 100 gram
8 stronken witlof
8 oesterzwammen
veldsla
verse tijm
3 eetlepels crème fraîche
tuin- of waterkers
Parelhoen op een bedje van witlof

De parelhoenfilets droogdeppen en met wat peper en zout bestrooien.
In een koekenpan de helft van de boter verhitten en hierin de filet in 6-7 minuten om en om gaar en bruin bakken.
De filet uit de pan nemen in folie warm houden.
Intussen de witlof in de lengte doorsnijden en het bittere uiteinde verwijderen.
De witlof in schuine luciferlange dunne reepjes snijden.
Met een kwastje de paddestoelen schoonborstelen.
Op een zacht vuurtje de hele paddestoelen circa 2 minuten in de bakboter van de parelhoen bakken.
Zo nodig wat boter of water toevoegen.
In een tweede koekenpan de rest van de boter smelten.
Hierin op hoog vuur de witlof en de tijm 1-2 minuten omscheppen (niet bruin laten worden).
Het vrijgekomen vocht met de crème fraîche binden en met wat peper en zout op smaak brengen.
De parelhoen in dunnen repen snijden.
Op de bordjes het witlof scheppen.
De parelhoen in een halve waaier op het witlof leggen.
Aan de andere kant van het bord een paddestoel en in het midden een toefje tuinkers leggen.
Direct serveren.